- lex153
- 8 jan
- 2 minuten om te lezen


De veelgebruikte formulering 'waar mogelijk biobased isoleren' ligt onder vuur. Terwijl overheden en woningcorporaties de term jarenlang gebruikten om flexibiliteit te behouden, eisen producenten en koplopers in de bouwsector nu een harde standaard. In 2026 verschuift de markt definitief van vrijblijvendheid naar een 'Biobased, tenzij'-beleid.
De rekbaarheid van een ambitie
In veel recente aanbestedingen en beleidsstukken wordt biobased isolatiemateriaal als voorkeur genoemd, maar vrijwel altijd met de toevoeging 'waar mogelijk'. In de praktijk blijkt dat technische onbekendheid of een marginaal prijsverschil vaak wordt aangevoerd als reden waarom het "niet mogelijk" zou zijn. Hierdoor blijft de grootschalige doorbraak van materialen zoals vlas, hennep en houtwol in de renovatiemarkt achter bij de werkelijke potentie.
Koplopers in de sector, waaronder grote bouwers zoals Dura Vermeer, hebben deze koers inmiddels gewijzigd. Zij stellen biobased isolatie als primair uitgangspunt. De ervaring leert dat wanneer het materiaal de standaard is, de keten zich sneller aanpast en de kosten door schaalvergroting dalen.
Mythes en technische weerleggingen
Een belangrijke barriĆØre voor de term 'waar mogelijk' zijn hardnekkige misverstanden over de technische prestaties van natuurlijke materialen. In 2026 is de wetenschappelijke onderbouwing echter sterker dan ooit:
Brandveiligheid:Ā Recente grootschalige brandtesten (door o.a. EfectisĀ en Peutz) tonen aan dat biobased opbouwen uitstekend voldoen aan de gestelde eisen. Houtvezelplaten hebben vaak een vergelijkbare brandklasse als traditionele EPS-oplossingen, mits correct toegepast in de constructie.
Vocht en rot:Ā Biobased materialen zijn van nature hygroscopisch; ze kunnen vocht bufferen en weer afgeven. Dit draagt juist bij aan een gezonder binnenklimaat en voorkomt schimmelvorming, mits er gebruik wordt gemaakt van de juiste dampopen folies.
Warmte-accumulatie:Ā Een vaak overzien voordeel is de faseverschuiving. Biobased materialen houden de hitte in de zomer tot wel drie keer langer buiten dan minerale wol, wat essentieel is in het kader van hittestress in woningen.
De rol van de ISDE-subsidie en milieudata
Een cruciale factor in de discussie is de nationale isolatiesubsidie (ISDE). Sinds de 'biobased bonus' in 2024 werd geïntroduceerd, is het prijsverschil voor de eindgebruiker nagenoeg nihil. In 2026 is deze regeling verder aangescherpt, waardoor de financiële drempel vrijwel volledig is weggevallen.
Daarnaast is de Nationale Milieudatabase (NMD)Ā in 2026 uitgebreid met meer dan 70 nieuwe categorie 1-milieuverklaringen voor biobased producten. Het handmatig moeten narekenen van de milieu-impact is verleden tijd; het biobased gehalte is nu direct zichtbaar in rekeninstrumenten, wat de bewijslast voor 'waar mogelijk' aanzienlijk verzwaart.
Toekomstperspectief: Regionale coalities nemen de leiding
Verschillende regio's, zoals de Utrechtse Aanpak Biobased Isoleren en diverse coalities in Brabant en Noord-Holland, hebben de term 'waar mogelijk' inmiddels geschrapt. Zij kiezen voor een hard commitment:
Woningcorporaties:Ā Diverse corporaties passen biobased isolatie nu standaard toe bij onderhoud en nieuwbouw.
Gemeenten:Ā Via nieuwe beleidsinstrumenten verankeren gemeenten biobased isolatie direct in hun omgevingsvisies.
Door biobased als de harde standaard vast te leggen, ontstaat de afzetzekerheid die agrariƫrs nodig hebben om vezelgewassen te telen en fabrieken om hun productiecapaciteit te verhogen. 2026 markeert daarmee het einde van de ontsnappingsclausule.






